
1.DE VRAAG
In een socratisch gesprek gaan we niet meteen meningen uitwisselen maar stemmen we eerst af waar we het over gaan hebben. Dit proberen we in één centrale vraag te vatten. De vraag was: ‘Wanneer is het de moeite waard om te demonstreren?
2.CONCRETISEREN
Om ons oordeel uit te stellen willen we eerst vragen stellen over een concrete situatie waarin de vraag voor iemand speelde. Daarom vragen we iemand van de deelnemers om een voorbeeldervaring bij de vraag:
‘Wie heeft er een concrete ervaring waarin deze vraag speelde?’
Het voorbeeld kwam van Carolien.
Zij was op een demonstratie in Amsterdam tegen racisme en fascisme. Zij was voor het eerst op zo’n grote demonstratie, samen met vijf vrienden en liet zich meevoeren met wat er gebeurde. Na een tijd begon de groep demonstranten te lopen. Met zijn allen riepen ze leuzen. Aan de zijkant stonden mensen om de demonstranten toe te juichen. Carolien voelde saamhorigheid, maar dacht op een gegeven moment ook: Wat heeft dit voor zin? Wie hoort mij?
De aanwezigen worden nu gevraagd vragen te stellen aan Carolien om ieder voor zich een duidelijk beeld van de situatie te krijgen. De volgende vragen werden gesteld aan Carolien. Het is belangrijk dat niet al meteen meningen of analyses naar voren worden gebracht. Daarom ook moeten de vragen in de verleden tijd worden gesteld. Het doel van deze eerste fase is een beeld te krijgen van de situatie waarin de vraag speelde en van het hittepunt: het specifieke moment waar het om draaide gezien de uitgangsvraag.
De gespreksleider let erop dat de deelnemers zich aan deze regels houden. Ik zal hieronder aangeven wanneer en hoe de gespreksleider intervenieerde.
De vragen die door de deelnemers gesteld werden aan Carolien waren:
Vraag: Met wie was je bij de demonstratie?
Antwoord: Ik was met een groepje van vijf. Maar eigenlijk stond ik de hele demonstratie naast twee van die vrienden.
Vraag: Wat werd er geroepen? Wat waren de leuzen?
Antwoord: Ik vind het moeilijk om te benoemen wat er precies werd geroepen. Alleen weet ik wel dat ik me bij sommigen leuzen oncomfortabel voelde omdat dat in mijn ogen juist opriep tot fascisme. Ik heb alleen mee gezongen met leuzen waar ik het mee eens was.
Vraag: Waarom demonstreer je?
Interventie gespreksleider: Probeer je vraag in de verleden tijd te stellen.
Nieuwe poging: Wat was de reden dat je demonstreerde?
Ik vind de ontwikkelingen rondom racisme en fascisme zo zorgelijk dat ik voor mezelf duidelijke wilde maken, hier sta ik voor… onder andere door naar de demonstratie te gaan.
Vraag: Wanneer ben je vertrokken bij de demonstratie?
Antwoord: Er waren nog enkele lezingen op het veld aan het einde. Op een gegeven moment dacht ik gewoon nu is het wel genoeg.
Gespreksleider: Ik wil jullie vragen je zo dadelijk allemaal te verplaatsen in de situatie van Carolien en jezelf af te vragen wat jij zou voelen, denken, doen in deze situatie. Daartoe willen we inzoomen op één specifieke voorbeeldsituatie (het hittepunt) waarin de vraag van Carolien speelde. Zouden jullie daarom vragen kunnen stellen aan Carolien om één situatie in beeld te krijgen?
Vraag: Was het de situatie dat er leuzen werden geroepen waarmee je het niet eens was?
Interventie gespreksleider: Dit lijkt geen vraag, eerder een suggestie. Wil je proberen op een open manier naar het hittepunt te vragen?
Nieuwe poging: Wat was voor jou die ene situatie? Het moment dat de vraag speelde?
Antwoord (hittepunt): Het moment dat we met zijn allen aan het lopen waren en ik de mensen aan de zijkant zag juichen.
Vraag: Wat deden die mensen aan de zijkant?
Antwoord: Zij juichten ons toe. Keken naar ons. Er waren ook mensen die vanuit de ramen in hun huis meekeken. We waren met wel tienduizend mensen.
Vraag: Wat voelde je op dat moment?
Antwoord: Ik voelde saamhorigheid door het meeschreeuwen met de leuzen.
Vraag: En wat dacht je?
Antwoord: Ik doe dit voor het grotere geheel. Als we dit niet doen, wát dan wel. Maar ik dacht ook: hoe bereiken we hiermee dat er verandering komt? De mensen die zich schuldig maken aan racisme waren er niet. Horen zij ons ook?
Vraag: Heb je het er nog met anderen over gehad?
Antwoord: Terwijl we aan het demonstreren waren heb ik het met mijn twee vrienden gehad over racisme. Zelf heb ik er geen ervaring mee. Maar we spraken ons uit over het onrecht waar anderen mee te maken krijgen. We hebben het niet gehad over of het zin heeft om te demonstreren.
Vraag: Is er daarna nog iets gebeurd?
Antwoord: Ik ben naar huis gegaan. En als ik er nu aan denk vond ik het gesprek op die dag met vrienden over racisme en fascisme heel waardevol.
De gespreksleider rondt de concretisering af:
Ik wil jullie zo vragen je te verplaatsen in de schoenen van Carolien in deze situatie. Daarvoor wil ik graag nog een keer het hittepunt checken. Carolien, wat was het moment waar het voor jou om draaide?
Antwoord: Het moment dat ik met een groep demonstranten door de straten liep en de mensen aankeek die ons toejuichten vanaf de zijkant. En daarbij dacht: Heeft dit zin? Wie hoort ons nu?
3.VERPLAATSEN
Tot zover Caroliens bijdrage als voorbeeldgever. Vanaf hier verplaatsen de deelnemers zich in de situatie en wordt de uitgangsvraag en de casus van iedereen, zodat we allemaal kunnen reflecteren. Het is niet de bedoeling Carolien advies te geven. Allen verplaatsen zich -als zichzelf, met hun eigen karakter- in het hittepunt.
Aan de deelnemers -met uitzondering van de voorbeeldgever- wordt nu gevraagd:
Als jij je in Caroliens situatie zou bevinden, in het hittepunt:
1. Wat zou jij voelen?
2. Wat zou jij denken?
3. Wat zou jij doen?
Schrijf je antwoorden op een vel papier.
Dit waren de antwoorden:
Voelen: Saamhorigheid | Ik zou moeite hebben met dat er verschillende leuzen worden geroepen. | Ik zou mij minder betrokken voelen bij zo iets groots. Ik demonstreer liever in het klein.
Denken: Alle beetjes helpen. | Wie wordt hier nu aangesproken? | Ik doe dit om te laten zien dat het niet oké is wat er gebeurt. | Het moet voor mij duidelijk zijn wáártegen we demonstreren. Dat er leuzen worden geroepen over andere thema’s zou mij storen. | Demonstreren heeft waarde als tegengeluid.
Doen: Doorlopen en de volgende manifestatie weer meedoen. | Als er leuzen worden geroepen waar ik het niet mee eens ben of ongemakkelijk bij voel zou ik vertrekken. | Ik zou vragen aan omstanders om mee te doen. | Ik zou niet bij zo’n demonstratie aansluiten omdat ik mij angstig voel in zo’n grote groep. Ik zou kijken hoe ik op een andere manier kan bijdragen aan dit onrecht.
4.ARGUMENTEREN
Om niet in een oplossingsgericht gesprek te verzanden worden de deelnemers nu gevraagd om een voorlopig antwoord te geven op de hoofdvraag: ‘Wanneer is demonstreren de moeite waard?’
Bovendien worden ze gevraagd in hun argumenten dicht bij de voorbeeldsituatie te blijven. De gespreksleider noteert een aantal antwoorden op flip-over.
De volgende antwoorden en argumenten worden genoteerd:
(1)
Antwoord: Demonstreren is de moeite waard als middel om je mening te scherpen
Argument: je kunt daarna ook genuanceerder het gesprek voeren in je eigen kleine kring, met je familie en vrienden
Overtuiging: de omgeving dwingt je om na te denken
(2)
Antwoord: Als je zelf van mening bent dat je je stem hebt kunnen laten horen,
Argument: Want voor mij zijn er geen normen dat je zou moeten demonstreren. Het gaat erom dat je van je gevoel uit mag gaan en het doen als dat goed voelt.
(3)
Antwoord: Als er sprake is van een disbalans in het maatschappelijk debat,
Argument: Want je moet tegengeluid geven.
(4)
Antwoord: Als je een eenduidige aanklacht hebt tegen een aanwijsbaar fenomeen/ gebeurtenis,
Argument: Want alleen dan zegt het de menigte iets.
In deze fase van het gesprek begeleidt de gespreksleider de groep met verdiepen van het gesprek door antwoorden te laten vergelijken, door deelnemers uit te nodigen elkaar te bevragen op de antwoorden en argumenten en door naar onderliggende overtuigingen te vragen die onder hetgeen liggen dat er gezegd wordt. De volgorde en volledigheid waarmee dit gebeurt is niet op voorhand aan te geven. Als gespreksleider moet je gevoeligheid ontwikkelen voor welke uitspraken / welke gebruikte woorden van de deelnemers het gesprek verder kunnen nuanceren en verdiepen. Deze uitspraken en woorden geef je terug aan de groep en je vraagt de deelnemers daarover met elkaar in gesprek te gaan.
Er werd gevraagd of standpunt 4 zijn argument verder kon toelichten. Wat wordt er bedoeld met ‘want alleen dan zegt het de menigte iets’?
Antwoord: Het is belangrijk om je boodschap te verspreiden, je wil het liefst dat het opgepakt wordt door de menigte, ook dat de media het zo ver mogelijk verspreiden. Dit gebeurt op het moment dat er veel mensen aanwezig zijn en er een eenduidige stem is.
Op dit antwoord wordt de wedervraag gesteld of een demonstratie dan de moeite waard is wanneer het niet veel media aandacht krijgt? De gespreksleider zorgt dat er wordt gesproken aan de hand van het besproken voorbeeld. Wat was in het genoemde voorbeeld ‘waardevol’? Er komen verschillende antwoorden vanuit de groep:
Het gesprek dat er tijdens de demonstratie tussen de drie vrienden werd gevoerd werd beschreven als waardevol.
Het gevoel van saamhorigheid (dat je samen ergens voorstaat) in deze toch wel verdeelde maatschappij, werd als waardevol beschouwd.
Er wordt een vijfde perspectief toegevoegd dat niet eerder is genoemd. Namelijk: we hebben het er nu over dat de mensen die zich schuldig maken aan racisme het zouden moeten horen. Echter, als ik een persoon was die te maken heeft met racisme jegens mijzelf, zou ik het ook heel waardevol vinden dat er mensen zijn die hier tegen in opstand komen. In die zin is demonstreren een manier om te zeggen: ik ben er voor jou.
Overtuigingen die uit dit gesprek voortkomen zijn:
Demonstreren kan het gesprek openen met je omgeving en ook met vreemden. Het gaat om de uitwisseling met je eigen omgeving.
Demonstreren gaat om het effect in de samenleving.
Demonstreren gaat om saamhorigheid, het samen doen, elkaar steunen.
De vorm van een demonstratie staat niet per definitie vast. Demonstreren kan ook zijn: dat je een petitie tekent, of met tien mensen elke vrijdag voor een ministerie gaat staan.
5.DE ESSENTIE
De gespreksleider vraagt de aanwezigen of ze met elkaar tot een uitspraak/ een regel kunnen komen ten aanzien van deze vraag en kwestie.
De groep komt samen met een antwoord op de vraag, namelijk:
Demonstreren is de moeite waard
als het aansluit bij je overtuiging,
en je zorgt dat de doelgroep waar het jou om gaat gezien wordt (door jou en door een grotere groep/ in de samenleving),
en je mogelijk bijdraagt aan verandering en bewustwording
De onderliggende essentie van dit gesprek?
Het is belangrijk je uit te spreken over wat je aan het hart gaat en te verbinden en dat te blijven doen.
April 2025, www.hetsocratischgesprek.nl
