Socratische Tip: Hoe kom je tot nieuw denken?

In een socratisch gesprek willen we oud denken vermijden. Oud denken is alles wat je er snel en zonder nadenken uitgooit: ingenomen standpunten en overbekende uitspraken die je vaker bezigt. Ze klinken goed en leveren vaak een bevestiging van de omstanders op.
‘Maar heb je daar over nagedacht?’, zou Socrates vragen.

Een mooi voorbeeld van het verschil tussen oud en nieuw denken deed zich onlangs voor in een socratisch groepsgesprek over intimiteit. De vraag die besproken werd was:
‘Kun je intimiteit ervaren met een vreemde?’

Een advocaat in het gezelschap, Janneke, gaf een voorbeeld: laatst ervoer ze intimiteit in gesprek met een nieuwe cliënt op het moment dat hij kleine details van zijn eigen leven met haar deelde. Ze voelde empathie en mededogen bij het aanhoren van de emoties en worstelingen van deze man, hoewel ze hem voor de eerste keer zag.
‘Dat is geen intimiteit’, zei Rogier, ‘want intimiteit is altijd wederzijds’.
‘Hè, oud denken’, dacht ik als gespreksleider. Dat zei ik niet tegen Rogier, maar op zo’n moment probeer ik iemand op een andere manier opnieuw te laten denken over wat hij zegt door het gesprek concreter te maken. Let wel: Ik wil helemaal niet zeggen dat Rogiers uitspraak niet goed zou zijn. Ik wil alleen maar dat Rogier nog eens opnieuw nadenkt over zijn ingenomen standpunt.

Ik vroeg Rogier: ‘Hoe sluit wat je zegt nou aan bij de ervaring van Janneke met haar cliënt? Waarom is het in deze situatie volgens jou geen intimiteit?’* 
Daarop moest Rogier constateren dat hij Janneke nog niet gevraagd had of haar cliënt ook emotioneel was toen hij haar zijn verhaal vertelde. Rogier vroeg Janneke ernaar.
Dat weet ik niet’, zei Janneke.
Daarop corrigeerde Rogier zijn uitspraak tot: ‘Ik denk dat er alleen intimiteit bestaat als beide personen weten dat ze op hetzelfde moment hetzelfde voelen.’
‘Ja, intimiteit is er alleen als er gedeelde beleving is’, viel Maria hem bij.
‘Maar je weet toch nooit hoe iemand anders iets beleeft, zelfs als je met iemand seks hebt weet je niet hoe hij het beleeft’, zei Tessa.
‘Ja, dat klopt, zei Harry: ‘Je weet het niet, maar je dènkt dat je een emotie met iemand deelt en dat geeft de intimiteit. Ik ervaar al intimiteit als ik alleen oogcontact heb met iemand die ik niet ken’, voegde hij eraan toe.
Jolande herkende dit en zei: ‘Juist als het een vreemde is kan het gevoel van intimiteit groter zijn omdat die warme gevoelens tegelijkertijd ongemakkelijk voelen. En die ambivalentie, die verwarring, maakt het intiem.

Als gespreksleider vroeg ik: ’Wat is nu het onderliggende inzicht ten aanzien van intimiteit? Kan iemand daar een uitspraak over doen?
Janny zei: ‘Intimiteit gaat over hoe jij het beleeft. Het kán een eenzijdige ervaring zijn of niet. Dat maakt niet uit.’
Rogier zei dat hij er nog eens over na zou denken.

*De socratische regel die hier geldt is:
 De manier om je gesprekspartners tot nieuw denken te brengen is door het gesprek steeds weer concreet te maken aan de hand van een concrete ervaring van een van de gespreksdeelnemers. Dat kan ook in een tweegesprek met collega’s, familie of vrienden.