

Van Socrates is bekend dat hij soms geheel in zichzelf verzonken stond, onbereikbaar voor de buitenwereld. Als men hem vroeg wat hij dan deed, vertelde hij dat hij in contact was met zijn daimon, zijn ‘innerlijke stuurman’.
Voor de feestdagen zie je hierboven een verkorte oefening die je alleen of met anderen kunt doen. Bijvoorbeeld rond je jaarwisseling. Ga er even met elkaar voor zitten.
Hieronder vind je een meer uitgebreide omschrijving van hoe Socrates het gesprek met zijn damion, ofwel zijn nnerlijek stuurman voerde. Het gaat hier om zelfonderzoek met behulp van een denkbeeldige ander. Die denkbeeldige ander is iemand die jou in contact kan brengen met je innerlijke wijsheid, de wijsheid diep in jezelf die er altijd is, maar waar jij in je dagelijkse snelle en oplossingsgerichte werkelijkheid geen gebruik van maakt. Die denkbeeldige ander kan iedereen zijn waarvan jij wijsheid verwacht. Dat kan een held zijn, of je overleden wijze grootmoeder of bijvoorbeeld jezelf als oud en wijs persoon.
Wat je gaat doen is die denkbeeldige ander vragen stellen en je vervolgens open stellen voor de reactie van die innerlijke stuurman. Ga hierbij niet analytisch te werk (vraag je niet af ‘Hoe komt het?’, ‘Hoe zit dat precies?’, ’Zou het volgende keer werken?’ enzovoorts). Het gaat hier om bij jezelf een manier van kijken op het spoor te komen die verder reikt dat dan je gebruikelijke manier van denken, van kijken naar een beeld van verstandigheid, grootmoedigheid of wijsheid.
Verwacht geen concreet antwoord van het type ‘doe dit en laat dat’. De innerlijke leraar is geen waarzegger. Hij toont een houding, een manier van zijn die getuigt van wijsheid, balans en vrijheid. Hij heeft een ruime maar scherpe blik, een groot hart en voelbaar gezag.
Doe dit zelfonderzoek op schrift. Besteed aandacht aan de taal. Neem de tijd om goed te formuleren, om woorden te vinden die passen, die werken, die impact hebben. Denk aan een tekst van ca. één A-4 tje.
Kies een concrete situatie (een feitelijke situatie) waarin je een keuze moet maken, een standpunt innemen of een idee ontwikkelen, een situatie waarin je werkelijk iets te onderzoeken hebt.
Formuleer een brandende vraag die bij je opkomt ten aanzien van deze keuze. Zorg ervoor dat de vraag specifiek en persoonlijk is, van betekenis voor je werk en leven. Lees hem nog eens na en ga na of er jou inderdaad veel aan gelegen is om op deze vraag het antwoord te vinden, een antwoord dat je overtuigt en inspireert, een dat je rust en vertrouwen geeft.
Ga voor je geestesoog na waar je je innerlijke leraar treft, in welke omgeving. Hoe ziet het eruit?
Start de ontmoeting met enkele korte, tamelijk onschuldige vragen en opmerkingen. Dit om te wennen aan deze manier van onderzoeken. Breng dan de hoofdvraag in.
Schrijf vervolgens op hoe deze persoon reageert, verbaal maar ook non-verbaal. Zorg ervoor dat je niet alleen maar noteert wat je toch al in je hoofd hebt, maar stel je open voor wat hij of zij duidelijk wil maken. Misschien zegt hij of zij dingen die je niet verwacht.
De antwoorden zullen effect hebben op je vervolgvragen. Ga met de antwoorden mee en pas je vragen aan. Het kan ook zijn dat je innerlijke leraar jou vragen gaat stellen. Laat dat toe. Geef antwoord op papier.
Vat het gesprek op papier samen in een richtsnoer: hoe kun je het beste naar jouw situatie en jouw brandende vraag kijken?
En welke inzichten komen jou daarbij van pas?
Vertaal dit naar een concrete actie, een afspraak met jezelf ten aanzien van je gedrag of keuze in je werk.
Uit: Praktijkboek vrije ruimte, Jos Kessels, Erik Boers en Pieter Mostert, Boom, 2008.
