Socratisch gesprek: Mag je iemand buitensluiten ter bescherming van de groep?

Hieronder tref je een beschrijving van een socratisch groepsgesprek van ca. anderhalf uur in vijf stappen. Voor de volledigheid eerst nog even de regels waaraan een socratisch gesprek moet voldoen:

– Stel je oordeel uit

– Luister nauwkeurig

– Wees concreet/ vraag naar de feiten

– Verdraag het niet-weten

– Stel je empathie uit

– Gebruik in je vraag de woorden van de ander

 

1. DE VRAAG

In een socratisch gesprek gaan we niet meteen meningen uitwisselen maar bespreken we eerst met elkaar waar we het over gaan hebben en proberen dit in één centrale vraag te vatten.

De vraag was: ‘Mag je iemand buitensluiten ter bescherming van de groep?’

 

2. CONCRETISEREN

Om ons oordeel uit te stellen willen we eerst vragen stellen over wat feitelijk het geval is en niet meteen abstract worden. Daarom vragen we iemand van de deelnemers om een voorbeeldervaring bij de vraag: ‘Wie heeft er een concrete ervaring waarin deze vraag speelde?’

Het voorbeeld kwam van Linda. Zij is in dienst van een belangenbehartigingsorganisatie en werkt momenteel met een aantal collega’s aan een project voor jongeren met sociale aanpassingsproblemen. De jongeren zien elkaar vier maanden lang wekelijks om onder begeleiding van één projectbegeleider een gesprek te hebben. Na vier maanden hoopt de organisatie dat de deelnemers er een sociaal netwerk aan overhouden. 

Linda begeleidt een groep van elf mensen. In deze groep is een goede onderlinge sfeer opgebouwd. De begeleiding loopt nog een maand. Tegelijk met Linda’s groep had haar collega, Cora, een andere groep. Enkele weken geleden vroeg Cora aan Linda of haar groep – die erg uitgedund was – bij Linda’s groep mocht aansluiten. Ze zouden dan samen de begeleiding doen voor de resterende vier weken. Echter, na de eerste gezamenlijke sessie bleven er mensen uit Linda’s groep weg en na twee weken waren er nog maar 5 over. Linda heeft het vermoeden dat de aanpak van Cora, die afwijkt van die van haar, haar deelnemers afschrikt. Ze vraagt zich af: Kan ik Cora van deze groep afhalen?

De aanwezigen worden nu gevraagd vragen te stellen aan Linda om ieder voor zich een duidelijk beeld van de situatie te krijgen. De volgende vragen werden gesteld: 

Vraag: Heb je hier al met Cora over gesproken? 

Linda: Ja, Cora geeft toe dat zij wat ‘overenthousiast’ is en dat dat misschien niet zo goed werkt. Ook waren we het er over eens dat een dubbele begeleiding niet zo goed werkt.

Vraag: Hoe weet je dat de leegloop door Cora’s optreden komt?

Linda: Het wegblijven van mensen begon meteen nadat Cora er de eerste keer bij was. Ook heb ik van twee deelnemers een email gehad dat ze moeite hebben met Cora en daarom niet komen. 

Vraag: Wat is er anders aan haar begeleiding?

Linda: Ze is nieuw en moet nog het een en ander leren. Ze is veel aan het woord, druk, vraagt veel en dringt heel erg aan op antwoorden als ze een vraag stelt. Dit zijn niet de meest sociaal en verbaal begaafde deelnemers en het schrikt hen af. 

Vraag: Heb je al een concrete oplossing voorgesteld aan haar? 

Linda: Eerst hadden we afgesproken dat zij er bij zou blijven maar niets zou zeggen, maar dat lukte niet. Ze was toch veel aan het praten.

Vraag: En toen?

Linda: Toen heb ik opnieuw met haar gesproken en daarna ging ze ermee akkoord dat ze er de laatste twee bijeenkomsten niet bij zou zijn, maar vervolgens logde ze gewoon online in en was ze er toch bij. Ze was toen wel stil, maar mensen waren ongemakkelijk. 

Vraag: Wat vond je daarvan? 

Linda: Ik was boos. De groep heeft hier last van. We hadden de afspraak dat ze dit niet zou doen. 

Als afronding van de concretisering is het belangrijk dat de voorbeeldgever een hittepunt noemt, een moment waar het om draaide gezien de vraag. 

Linda: Het hittepunt was gisteren toen Cora mij belde en zei: ‘Ik voel me door jou buitengesloten. Sociaal werk vraagt samenwerken. Mag ik er alsjeblieft bij zijn. Ik zal niets zeggen.’

Vraag: Wat voelde je toen? 

Linda: Ik had wel met haar te doen. Maar ik was ook in de war. Waarom trekt ze deze kaart? Is het terecht dat ze hierom vraagt? 

 

3. VERPLAATSEN 

Tot zover Linda’s bijdrage als voorbeeldgever. Vanaf hier verplaatsen de deelnemers zich in de situatie en wordt de uitgangsvraag en de casus van iedereen, zodat we allemaal kunnen reflecteren. Het is niet de bedoeling Linda advies te geven. Allen verplaatsen zich -als zichzelf – in het hittepunt.

Aan de deelnemers -met uitzondering van de voorbeeldgever-  wordt nu gevraagd:

Als jij je in Linda’s situatie zou bevinden, in het hittepunt:

1. Wat zou jij voelen?

2. Wat zou jij denken?

3. Wat zou jij doen?

Schrijf je antwoorden op een vel papier.

Dit waren de antwoorden: 

Voelen: 

Mededogen, benauwdheid, boosheid, irritatie.

Denken: 

Ik moet de groep beschermen

Misschien moet ik het toelaten zodat ze wat kan leren

Is het wel buitensluiten? Het is toch een zakelijke afspraak? 

Cora bekommert zich kennelijk niet om de groep.

Doen: 

Na afronding van de begeleiding met Cora een gesprek voeren. Zodat ze daar van kan leren.

Cora niet betrekken in de begeleiding van mijn eigen groep.

Ik zou eerst contact opnemen met mijn jongeren en de keuze aan hun laten.

 

4. ARGUMENTEREN

Om niet in een oplossingsgericht gesprek te verzanden worden de deelnemers gevraagd om een voorlopig antwoord te geven op de hoofdvraag: ‘Mag je iemand buitensluiten om de groep te beschermen?’ Bovendien worden ze gevraagd in hun argumenten dicht bij de voorbeeldsituatie te blijven. De gespreksleider noteert een aantal antwoorden op flip-over.

De volgende antwoorden en argumenten werden genoteerd: 

1. Gerard: 

Antwoord: Ja, dat mag, 

Argument: want het belang van de groep staat voorop 

2. Jolanda:

Antwoord: Ja, dat mag,

Argument: want de hulpvraag van de medewerker is ondergeschikt

3. Mireille:

Antwoord:  Ja, dat mag

Argument: want de kwaliteit van het werk loopt gevaar

Nu vraagt de gespreksleider de deelnemers om de verschillen en overeenkomsten tussen de antwoorden te noemen en hierover het gesprek aan te gaan met elkaar. 

De overeenkomsten:

– Iedereen zegt ja

De verschillen: 

  • Individueel versus groepsbelang
  • Persoonlijk belang versus professioneel belang

Vervolgens worden de deelnemers gevraagd welke (universele) overtuigingen nu in het gesprek boven komen drijven. Wat ligt ten grondslag aan wat er gezegd wordt? En kun je dit in de vorm van een bewering formuleren? Dit zijn de verschillende beweringen: 

  • De groep gaat boven het individu
  • De professional moet in dienst staan van de doelgroep

Hierop ontstond een nieuw gesprek:

Het woord buitensluiten wordt tegenwoordig vaak gebruikt, maar het geldt eigenlijk pas als iemand op onterechte gronden niet wordt toegelaten tot een bepaalde groep. Hier speelt het belang van de doelgroep van de organisatie. Het belang van de medewerker is daaraan ondergeschikt. Je zou de medewerker op een andere manier kunnen helpen zich te ontwikkelen in dit vak, maar niet ten koste van deze deelnemers. 

 

5. DE ESSENTIE

De gespreksleider vraagt de aanwezigen of ze er bij stil willen staan ‘wat hen aan het hart gaat’ in dit gesprek. Wat hierbij genoemd wordt is:

‘Dat je jongeren in bescherming moet nemen’ 

‘Dat het doel van het werk misschien te vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan persoonlijke kwetsbaarheid van een medewerker.’ 

Het Socratisch Gesprek,

www.hetsocratischgesprek.nl 

November 2023

Scroll naar boven