Moeten er andere regels gelden voor gevaccineerden dan voor bewust-ongevaccineerden?

Hieronder tref je een beschrijving van een socratisch groepsgesprek van ca. anderhalf uur in vijf stappen, gevoerd tijdens een training Socratisch Gespreksleider. Voor de volledigheid eerst nog even de structuur en de regels waaraan een socratisch gesprek moet voldoen:

 

STRUCTUUR:

 

 

REGELS:

 

(dit zijn tevens een aantal van de belangrijke socratische vaardigheden)

– Stel je oordeel uit

– Luister nauwkeurig

– Wees concreet/ vraag naar de feiten

– Denk zelf, verlaat je niet op kennis of autoriteit van anderen

– Verdraag het niet-weten

– Stel je empathie uit

– Gebruik in je vraag de woorden van de ander

 

1.DE VRAAG

Aanleiding voor deze vraag is dat er -nu een deel van de mensen gevaccineerd is-  af en toe verschillen van inzicht zijn tussen gevaccineerden en bewust-ongevaccineerden. Waar gaat dit naar toe en hoe gaan we ermee om?

 

2.CONCRETISEREN

Keuze van het voorbeeld

Het voorbeeld dat werd gekozen was dat van Lara. Lara werkt in een woongroep voor mensen met autisme. Zorgverleners, ouders en bewoners bespreken en regelen er met elkaar de dagelijkse gang van zaken. Het kleine zorgcentrum (zeven bewoners) is onderdeel van een grotere organisatie met een tiental wooncentra. Op het moment van het gesprek zijn van de zeven bewoners 4 mensen gevaccineerd en 3 mensen bewust-ongevaccineerd. Voor de zorgverleners geldt hetzelfde: 4 mensen zijn gevaccineerd en 3 mensen bewust ongevaccineerd. Onlangs deed zich een situatie voor onder de zorgverleners waarbij de gevaccineerden de niet-gevaccineerden aanspraken op hun gedrag. Iets dergelijks was ook voorgevallen onder de bewoners. Ten behoeve van het gesprek kiezen we ervoor ons op de zorgverleners te concentreren omdat dat de situatie is waarover Lara uit eigen ervaring kan vertellen. Lara is zorgverlener en zij gaat over het bespreken en doorvoeren van de regels in haar woongroep.

 

Onderzoeken van het voorbeeld

Na deze korte omschrijving van het voorbeeld stellen de deelnemers (feit) vragen aan Lara. Het doel van de vragenstellers is om het voorbeeld van Lara uiteindelijk zó duidelijk voor zich te zien dat zij zich kunnen verplaatsen in Lara’s situatie.

In deze onderzoeksfase komt het aan op de socratische houding van luisteren en vragenstellen. Het uitstellen van oordelen betekent dat er eerst alleen naar de feiten in het voorliggende voorbeeld moet worden gevraagd (wie, wat waar, wanneer, hoe, wat werd er gedaan, gedacht en gevoeld?) en later ook naar beweegredenen bij die feiten (wat maakte dat iemand dat dacht/deed?) Ik geef hieronder achter de vragen aan wat voor vragen dit waren en of ze allemaal oordeelvrij waren.

Vraag: Wat gebeurde er precies?

Lara: We hadden laatst een zorgverleners-overleg. De gevaccineerden onder de zorgverleners zaten sinds lange tijd weer op de locatie bij elkaar. De rest zat op zoom. Van een van de collega’s op zoom, Peter, deed de techniek het niet goed. Hij zei toen: ik spring wel even op de fiets en kom bij jullie zitten. Daarop protesteerde iemand met de woorden: ‘Dat kan niet want jij bent niet gevaccineerd’. Hierop ontstond de vraag die we ons ten aanzien van de bewoners ook laatst stelden: moeten er -als we versoepelen- voor ongevaccineerden andere regels gelden dan voor gevaccineerden?

Vraag aan Lara: Wat vond jij ervan?

Lara: Ik werd innerlijk boos. Er ontstaan ineens twee kampen. Dat is onder bewoners ook zo.

Vraag: Hoe staan die twee kampen tegenover elkaar?

Lara: Iedereen wil versoepelen, maar de gevaccineerden vinden dat dat niet kan gelden voor de ongevaccineerden.

Vraag: Doen mensen echt moeilijk?

Lara: Dat lijkt er wel op, de kloof wordt steeds groter. We zijn er als team aan toe dat er een standpunt wordt ingenomen. Het is beter een standpunt te hebben waar niet iedereen blij mee is, dan te blijven rondzwemmen in dit niemandsland.

Vraag: Wie zou die regels moeten maken?

Lara: Het bestuur van de organisatie, voor alle wooncentra overkoepelend.

Vraag: Wat was de reden dat die persoon niet wilde dat Peter kwam?

Lara: Ik weet het niet precies. Officieel is het angst voor besmetting (kleine kans) maar we zijn al een jaar lang niet de hele tijd voorzichtig, dus waarom nu ineens wel?

Vraag: Zijn er al besmettingen geweest?

Lara: nee.

 

3. VERPLAATSEN

Tot zover Lara’s bijdrage als voorbeeldgever. Vanaf hier verplaatsen de deelnemers zich in de situatie en wordt de uitgangsvraag van iedereen, zodat we hierna gezamenlijk kunnen reflecteren. Allen verplaatsen zich -als zichzelf, met hun eigen karakter- in het ‘hittepunt. Het hittepunt is een moment binnen het voorbeeld waarop de uitgangsvraag voor de voorbeeldgever sterk speelde. Het hittepunt was hier het moment dat een van de gevaccineerden zei: ‘Jij kunt niet komen want je bent niet gevaccineerd’.

Aan de deelnemers -met uitzondering van de voorbeeldgever-  wordt nu gevraagd:

Als jij je in Lara situatie zou bevinden, in het hittepunt:

1. Wat zou jij voelen?

2. Wat zou jij denken?

3. Wat zou jij doen?

Schrijf je antwoorden op een vel papier.

Zeg vervolgens wat jouw voorlopige antwoord is op de uitgangsvraag.

Dit waren de antwoorden:

 

Voelen

Dit is onrechtvaardig, ik heb begrip voor ieders behoefte te versoepelen, onrustig, vervelend.

Denken:

Als meer dan de helft gevaccineerd is moet het toch kunnen?

De regels zijn fluïde geworden. We hebben een nieuw kader nodig.

Help, hoe moeten we hiermee omgaan?

Doen:

Bespreken van alternatieven voor vaccinatie, andere voorzorgsmaatregelen.

Als team een standpunt gaan vormen.

Een teamgesprek aangaan (socratisch of deep democracy) en met elkaar nieuwe gedragsregels maken.

 

4. ARGUMENTEREN

Nu worden de voorlopige uitspraken van iedereen – ook van Lara- opgevraagd. De gespreksleider noteert alleen de uitspraken op flip-over die met elkaar contrasteren en vraagt daarop door. Later vraagt de gespreksleider ook naar de argumentatie bij de antwoorden. Die argumentatie bestaat uit:

1. De feiten uit de voorbeeldsituatie waarop iemand zijn antwoord baseert,

2. De overtuiging die daarbij hoort

Hieronder worden de voorlopige antwoorden genoemd op de vraag, met daarbij de feiten en overtuigingen die als argument voor het antwoord werden gebruikt:

Liam: Gelijkwaardigheid is belangrijk. Geen andere regels, maar misschien bepaalde extra voorwaarden voor de niet-gevaccineerden.

Feiten: vanwege de veiligheid zijn er bij versoepeling misschien wel andere voorwaarden nodig voor niet-gevaccineerden (zoals testen).

Overtuiging: Je moet de veiligheid in de gaten houden.

 

Corno: Geen andere regels, ieders autonomie staat voorop.

Feiten: Er is niet langer gelijkwaardigheid tussen de groepen.

Overtuiging: Autonome keuzes mogen geen ongelijkheid ten gevolge hebben, behalve wanneer het echt bekend is dat iemand schade oploopt.

 

Sigrid: De regels moeten met de groep opnieuw geformuleerd worden

Feiten: Hier speelt zowel veiligheid als vrijheid van keuze.

Overtuiging. Samen tot een compromis komen, waarbij beide groepen begrip tonen voor de andere, heeft de voorkeur. Als een compromis niet mogelijk blijkt, dan mag je ten behoeve van de veiligheid de niet-gevaccineerden vragen de consequenties van hun keuzes te dragen en afstand te houden/ voorzorgsmaatregelen te treffen.

Lara: Geen andere regels

Feiten: Er is angst dat niet-gevaccineerden voor besmetting zorgen, maar is dat gegronde angst?

Overtuiging: Tot ik snap waarom er andere regels moeten gelden moeten de regels hetzelfde zijn. Angst was nooit een reden voor gedrag, waarom nu wel? Gaat dit over angst of over principes?

Liam: Iedereen mag zijn eigen keuzes maken en zelf risico’s dragen. Maar zodra de keuze van de één risico’s voor anderen oplevert moeten er extra voorwaarden voor veiligheid worden ingebouwd (bv testen).

 

Er ontstaat een gesprek over het stellen van voorwaarden:

Corno: Zodra er voorwaarden worden gesteld hebben mensen geen vrije keuze. Er is dan sprake van druk uitoefenen om te vaccineren. Buitensluiten van mensen omdat ze niet gevaccineerd zijn mag niet, tenzij er aantoonbare gezondheidsrisico’s voor de gavaccineerden zijn.

Sigrid: Iedereen moet autonoom kunnen kiezen, maar het is niet gek dat keuzes consequenties hebben. Beslissingen moeten steeds zoveel mogelijk met de hele groep genomen worden. Er zijn mogelijk concessies van twee kanten nodig. Als partijen niet tot elkaar komen door concessies te doen, dan mogen vrijheidsbeperkingen gesteld worden zodra de gezondheid van gevaccineerden in het gedrag is.

Liam: Je mag die keuze maken maar je moet het risico voor anderen niet vergeten. Maar dan moet je wel de goede informatie hebben.

Er wordt verder gesproken over de vraag of anderen het risico mogen lopen voor wat jij kiest. De deelnemers komen erop uit dat vrijheid van keuze voor iedereen bovenaan staat, maar dat die vrijheid ingeperkt mag worden (dat er voorwaarden aan mogen worden verbonden zoals testen) als er echt sprake van risico op gezondheidsschade is voor de mensen die wel gevaccineerd zijn. Echter, morele argumenten zoals ‘hij is niet-gevaccineerd dus het is niet eerlijk dat hij er nu bij mag zijn’, mogen geen redenen zijn voor vrijheidsinperking.

 

5. DE ESSENTIE

In de laatste fase worden deelnemers gevraagd de essentie van dit gesprek te benoemen. Afhankelijk van de aard van het gesprek stel je hiervoor verschillende vragen. Die vragen kunnen zijn:

‘Kun je een regel/ een principe formuleren dat je hier zou willen hanteren?

of

‘Wat gaat je hierin het meest aan het hart?’

De uitspraken waren:

 

Het gaat hier om gelijkheid en autonomie.

Als de juiste informatie beschikbaar is, mag je een groep aangepaste regels opleggen om veiligheidsredenen – maar nooit om morele redenen.

 

Marlou van Paridon, juni 2021, www.hetsocratischgesprek.nl