Preview uit:

Socratisch gesprek voor beginners

Marlou van Paridon, ISVW Uitgevers, mei 2017

 

 

In het socratisch gesprek willen we functioneel twijfelen. Dat betekent niet in het wilde weg twijfelen, maar twijfelen rondom een relevante kwestie om tot nieuwe en betere inzichten te komen. Het gesprek begint daarom niet zomaar met een vraag, maar met een gerichte vraag die een relevante kwestie inkadert.

Ook moet het een filosofische vraag zijn. Dat is een vraag die niet beantwoord kan worden door te verwijzen naar bestaande kennis, regels of deskundigen, maar alleen met gezamenlijk denken. De meest eenvoudige manier om tot een socratische vraag te komen is door begrippen te onderzoeken. Mooie voorbeelden zijn fundamentele vragen als die van Plato uit de Politeia: ‘Wat is rechtvaardigheid’, of vragen naar de deugden van Aristoteles: ‘Wat is vriendschap?’, ‘Wat is moed?’ en ‘Wat is liefde?’. Deze voorbeelden maken het vinden van de vraag wel eenvoudig, maar deze vragen zijn dermate groot dat het onderzoek hiermee niet altijd voldoende duidelijk afgebakend is.

Een onderzoek wordt beter ingekaderd als er aan zo’n algemene vraag werkwoorden worden toegevoegd, en dan het liefst werkwoorden die licht uit onverwachte hoek op op het begrip werpen. De bovenstaande vragen kunnen bijvoorbeeld als volgt aangepast worden:

Kan één persoon bepalen wat rechtvaardigheid is?

Is vriendschap onvoorwaardelijk?

Wanneer loont moed?

Waar begint liefde?

 

Bouw een morele component in

Een socratisch onderzoek heeft vaak een morele component. Aan de vraag kan dan ‘mag’ of ‘moet’ worden toegevoegd, mogelijk gecombineerd met een voegwoord aan het begin van de zin, bijvoorbeeld: ‘Wanneer moet je geven aan een goed doel?’, ‘Mag je vanuit je functie een familielid voortrekken?’ en ‘Moet je eerlijk zijn tegen je kinderen als dat hen tevens kan schaden?’.

Als het socratisch gesprek ten dienste van je team of organisatie staat, heb je uiteraard specifieke begrippen die in de vraag verwerkt moeten worden.

Vaak kom je tot een goede vraag door een combinatie van:

-een woord dat het thema van onderzoek vertegenwoordigt

-een woord dat het thema ter discussie stelt, of beter nog de rekbaarheid ervan onderzoekt. Bijvoorbeeld:

 

Thema:               Verantwoordelijkheid

Context:             Een teamlid dat zich aan het overwerken is

Vraag:                 ‘Moet je persoonlijk verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van een collega?’

 

Thema:             Loyaliteit

Context:            Een kwestie met een leerling dwingt een docent zich uit te spreken voor de leerling of voor haar collega-docent

Vraag:                ‘Mag je disloyaal zijn aan een collega?’

 

Thema:            Kwaliteit in de zorg

Context:           Verschillende partijen in de zorg, waaronder verzekeraars, komen bijeen om over de kwaliteit van de zorg te praten

Vraag:              ‘Wat bepaalt de waarde van zorg?’

 

Zoek een grens op

Om meer diepgang en functionaliteit te realiseren moet je zorgen dat met de vraag een

‘grens’ wordt opgezocht. Dit maakt dat heel genuanceerd moet worden gereflecteerd

over de voorwaarden waaronder bepaalde keuzes gemaakt worden of niet. Zo’n grens

vind je bijvoorbeeld door een voegwoord aan het begin van de zin toe te voegen. De

vraag wordt er soms raadselachtiger door maar dat geeft niet. Een vraag dient als rode

draad en om de verwondering op gang te brengen, niet om alvast te weten waar je

naartoe gaat.

 

Vraag: Moet je je houden aan een afspraak?

Vraag met een grens: In hoeverre moet je je houden aan een afspraak?

 

Vraag: Mag je vanuit je functie je eigen kind bevoorrechten?

Vraag met een grens: Wanneer mag je vanuit je functie je eigen kind bevoorrechten?

 

Vraag: Moet je als leidinggevende gedragsverandering bij je team teweeg willen brengen?

Vraag met een grens: In hoeverre moet je als leidinggevende gedragsverandering bij je team teweeg willen brengen?

 

Een alternatief voor het opzoeken van een grens is het maken van een afweging

tussen twee mogelijke handelswijzen:

 

Vraag: Moet ik als docent vasthouden aan mijn didactische visie?

Vraag met een afweging: Moet ik als docent vasthouden aan mijn didactische visie of me aanpassen aan gevoeligheden van leerlingen?

 

Share →
QR Code Business Card