socrates, aartsvader van het socratisch gesprekEen socratisch gesprek is vertraging van denken

In de snelheid van de dagelijkse omgang praten we vaak langs elkaar heen. Soms geeft dat niet, maar wel als we dénken elkaar begrepen te hebben (terwijl het niet zo is) en dan op basis van een onjuist beeld gaan handelen. Het socratisch gesprek leert rust inbouwen en helpt iedereen gebruikmaken van zijn eigen wijsheid die onder de oppervlakte sluimert.

Gespreksregels die helpen dit te realiseren zijn bijvoorbeeld: géén aannames te hebben en het eigen oordeel uit te stellen; zélf te denken en je niet te baseren op wat je hebt gehoord/gelezen of op wat anderen denken; en oprecht nieuwsgierig zijn naar wat je gesprekspartner te zeggen heeft.

De huidige verwarring in gesprekken is van alle tijden. De filosoof Socrates constateerde 400 jaar voor Christus al dat er een discrepantie was tussen wat mensen zeiden en wat ze werkelijk dachten. Hij zette mensen aan tot zich uitspreken en voor zichzelf denken op basis van feiten; tot afstand nemen van heersende meningen, van al te emotionele reacties en van vastgeroeste denkpatronen.
De socratische gespreksmethodiek zoals wij die vandaag toepassen lijkt niet op hoe Socrates zijn gesprekken voerde, maar heeft wel hetzelfde vertrekpunt en hetzelfde doel: dat mensen elkaar écht verstaan en gezamenlijk op zoek gaan naar fundamentele principes achter hun handelen.

Stel je oordeel uit

Uiteindelijk gaat het in een socratisch gesprek om oordeelsvorming, met de nadruk op ‚uiteindelijk’ (en niet meteen). Als we een gesprek voeren wisselen we vaak meningen uit, maar niet in een socratisch gesprek. Een mening is vrijwel altijd een oordeel zal te vaak gekleurd zijn door de denkbeelden die je klakkeloos hebt overgenomen van autoriteiten, van familie, je vrienden, je werkgever of andere referentiegroepen. Maar is dit wat je zelf denkt? Nee, zegt Socrates. Wat jij denkt, jouw wijsheid kan zich alleen tonen  door reflectie op je eigen dagelijkse praktijk, op je handelen.

Altijd een concreet voorbeeld

Het socratisch gesprek cirkelt daarom altijd rondom een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk waarbij we ons handelen onderzoeken en daarvan ons oordeel afleiden. De socratische benadering van gesprekken betekent dan ook dat iemand die een uitspraak doet, bijvoorbeeld: „Ik vind het oncollegiaal als een van de teamleden beter wil presteren dan de anderen”, gevraagd wordt een voorbeeld uit zijn of haar eigen praktijk te geven dat deze uitspraak illustreert; „Kun je een voorbeeld geven waarin dat bleek?” Tot het voorbeeld duidelijk is en de betrokkenen zich kunnen verplaatsen in wat er in dit voorbeeld is gebeurd, wordt iedereen gevraagd om zijn oordeel uit te stellen; om bestaande denkbeelden, empathieën en denkpatronen even volledig achter zich te laten en als een onbeschreven blad het gesprek in gaan; alleen vragen te stellen uit pure nieuwsgierigheid. Zo ga je met elkaar onderzoeken hoe het nu werkelijk zit: „Is het oncollegiaal om je collega’s te overtroeven of niet? Of alleen soms? Of gaat het hier misschien om iets anders dat oncollegiaal is?”

Een gesprek met regels en structuur

De hedendaagse methodiek van het socratisch gesprek is sinds Socrates in de loop van duizenden jaren verder ontwikkeld. In de 18de eeuw door de Duitse filosoof Kant (1724-1804) en begin 20ste eeuw door de Duitse pedagoog, filosoof en politicus Leonard Nelson (1882-1927), geholpen door Gustav Heckmann. Kant heeft de filosofische methode beschreven die in een socratisch gesprek wordt gebruikt. Maar het was niet voordat Nelson en Heckmann een gespreksstructuur en gespreksregels ontwikkelden, dat het socratisch gesprek als leidraad voor denkgesprekken in groepsverband kon worden gebruikt. Zij hebben een gespreksvorm ontwikkeld die tot op de dag van vandaag wordt toegepast. De afgelopen vijftien jaar is de methode vooral in Nederland verder ontwikkeld door Jos Kessels en Erik Boers die er meerdere boeken over schreven.

 

Wat is een socratisch gesprek?

Een socratisch gesprek is een gemeenschappelijk denkgesprek waarin we onderzoeken wat we denken en waarom. Deelnemers leren goed te luisteren en eerst te vragen naar feiten in plaats van beweringen. Het socratisch gesprek is erop gericht de praktijk van samen werken en leven te verbeteren. Het is geen discussie waarin wij onze mening verdedigen, maar een gezamenlijk onderzoek waarin we met elkaar op zoek zijn naar ‘wat het geval is’ en onze woorden en ideeën scherpen aan die van anderen. Daardoor scheppen we tevens de mogelijkheid om een gemeenschappelijke visie te creëren.

Cruciaal daarin is de vaardigheid om eigen ideeën en oordelen uit te stellen en je open te stellen voor de denkkaders en de betekenissen van anderen. Hoe paradoxaal het ook klinkt: je zult goed moeten kunnen luisteren om zelf goed te kunnen spreken.

De vrije ruimte

Er is ruimte nodig om te onderzoeken wat de denkpatronen zijn en wat de onderliggende waarden. In vrijwel alle gesprekken die wij dagelijks voeren bewegen wij ons echter –al dan niet bewust- binnen de beperkte ruimte van de denkkaders die ingegeven zijn door onze opvoeding, scholing, gezaghebbende meningen, onze ingesleten gewoonten en denkpatronen. In tegenstelling daartoe vindt het socratisch gesprek plaats binnen de vrije ruimte. Met vrije ruimte wordt een gecreëerde ‘gespreksruimte’ bedoeld waarin alle bestaande kaders zo veel mogelijk naar de achtergrond verplaatst worden. Het onderzoek dient derhalve louter met behulp van het eigen denken te gebeuren, zonder dat waar dan ook autoriteit aan ontleend wordt. Voor vrije ruimte is een zekere belangeloosheid vereist, een onbevangenheid en mentale vrijheid die voortkomen uit niet gebonden zijn aan specifieke verplichtingen.

 

Hedendaags gebruik van de methode

In het socratisch gesprek zul je elementen terugvinden die in veel hedendaagse gespreks- en coachingsmethodieken zoals dialoogvoering maar ook NLP en Geweldloos Communiceren verweven zijn. De socratische methode is als het ware de oergrond waaruit hedendaagse communicatiemethodieken putten.

In het socratisch gesprek denken we echter niet dat we menselijke denkpatronen en attitudes zomaar kunnen veranderen. Misschien op lange termijn, maar dan door jarenlange toewijding, zoals Aristoteles dat bedoelde: ‚je leven lang schaven aan je gewoontes leidt uiteindelijk tot meesterschap’. Daar heb je lange adem en discipline voor nodig.

Het socratisch gesprek biedt in de tussentijd (totdat je attitude veranderd is) een oplossing voor beter communiceren. Het vraagt om openheid voor het perspectief van anderen, maar het vraagt ook om ‚dom toepassen’ van een paar regels, zodat je elkaar beter kunt verstaan. Je wordt bijvoorbeeld gevraagd om te doen alsof je niets weet en niets aanvoelt, zodat je tijdelijk aan je patronen van denken en empathie kunt ontkomen. In onze denkpatronen en onze empathische aard zitten namelijk een aantal oersentimenten verweven die communicatie in de weg staan en waar je niet zomaar vanaf komt. Ik noem er twee:

1. Bevestigingsjunkies: we verlangen naar bevestiging

We willen het liefst dat wat een ander zegt onze kennis en overtuigingen bevestigt. We zoeken in iemands woorden naar hetgeen dat aansluit bij ons eigen perspectief en sluiten ons (deels) af voor ‚het andere’ dat iemand zegt. Het andere, het nieuwe is ongemakkelijk. We zijn zelfs zulke bevestigingsjunkies dat we (onbewust) verdraaien wat iemand zegt tot iets dat wél past bij onze kennis en ervaring.

2. Over-empathisch reageren

We zijn empathische wezens. Primatoloog Frans de Waal bewees in zijn boek ‚Age of Empathy’ een aantal jaren geleden dat wij zelfs van natúre empathisch zijn: apen zijn het ook. Onze empathie gaat echter vaak zó ver, dat we grotendeels invullen wat iemand bedoelt met wat hij zegt, lang voordat hij het zelf heeft geformuleerd. We vullen in andermans woorden een perspectief of een ‚oordeel’ in dat meestal een projectie is van wat we zelf vinden. We vullen wat de ander zegt aan met een al bestaand beeld. Nieuwe, contrasterende informatie komt slecht binnen. En doorvragen naar het onbekende, dat is om meer redenen lastig.

Substantiële en instrumentele rationaliteit

Denken, spreken en handelen in de vrije ruimte wordt in de filosofie aangeduid als substantiële rationaliteit. Dat is een vorm van nadenken en spreken waarin we proberen ‘uit te zoemen’ van de waan van de dag naar onze achterliggende waarden; naar hetgeen waar het ons eigenlijk om begonnen was.

Daarnaast onderkennen we instrumentele rationaliteit. Hierbij worden afwegingen gemaakt binnen aangegeven kaders waarin resultaatgerichtheid en voldoen aan normen een rol speelt.

Er zijn grote verschillen in inhoud en effect van deze twee soorten rationaliteit. Ideeën op het substantiële niveau – zoals bijvoorbeeld een antwoord op de vraag: “wat willen wij met elkaar te maken hebben?” (de betekenis en de waarde van samenwerken) –  zijn fundamenteler, minder lineair (minder doel-middel denken), meer gericht op grotere, gemeenschappelijke belangen dan op het directe eigenbelang. Substantiële ideeën zijn ook vrijer, authentieker, persoonlijker. En zij hebben heel andere effecten dan hun instrumentele tegenhangers. Instrumenteel denken – in termen van klantgerichtheid, efficiency, kostenbeheersing etc. – leidt tot convergentie en conformiteit, tot regels en sancties, tot inperking van vrijheid. Substantieel denken leidt tot bezieling, creativiteit, innovatie en het vergroten van vrijheid. Instrumentele rationaliteit neigt tot verlies van energie: ideeën op dat niveau doven uit en raken hun kracht kwijt wanneer het doel bereikt is.

 

De gespreksstappen

Er zijn 5 hoofdstappen in het socratisch gesprek: de vraag, het voorbeeld, het centrale moment, de rechtvaardiging en de essentie. Ik bespreek het hieronder in iets meer detail en kom tot 8 stappen:

 

1 uitgangsvraag

2 casus – voorbeeld

3 concretiseren

4 verplaatsen

5 antwoorden/ uitspraken

6 argumenten/ rechtvaardigen

7 spiegelen /ironiseren

8 komen tot de essentie

 

1. De uitgangsvraag

De deelnemers formuleren een vraag die essentieel is voor het thema dat in dit socratisch gesprek voorligt. Een goede uitgangsvraag is:

Concretiseerbaar; er kan een concreet voorbeeld bij worden gevonden waarin de vraag speelde

Conceptueel; de vraag is te beantwoorden met denken, zonder dat daar een autoriteit of andere bronnen voor moeten worden geraadpleegd

Eenvoudig

Echt, het moet iets zijn dat u zich werkelijk afvraagt. Niet iets waarop het antwoord eigenlijk al bekend is.

 

2. Casus -voorbeelden

Een goed voorbeeld is:

Persoonlijk

Concreet

Relevant –gerelateerd aan de uitgangsvraag

Afgesloten

Eenvoudig

De aanwezigen komen met voorbeelden die het mogelijk maken de uitgangsvraag te onderzoeken.

Na een rondje langs de aanwezigen wordt er één van de voorbeelden gekozen en wel het voorbeeld dat de meeste mensen in het gezelschap aanspreekt.

 

3. Concretiseren

Daarna gaan we over tot het concretiseren (dit is tevens het uitstellen van een meer definitief oordeel). De deelnemers stellen verhelderingsvragen met als doel voor iedereen om de ervaring van de voorbeeldgever als een ‘filmpje’ voor zich te kunnen zien. Maak onderscheidt tussen vragen naar feiten en naar denkbeelden. Door het concretiseren kunnen we tevens ‘het centrale moment’ bepalen.

 

4. Verplaatsen

Iedereen verplaats zich –als zichzelf- in de persoon van de voorbeeldgever. Schrijf voor jezelf op: wat zou jij voelen, denken en doen in deze situatie?

 

5. Antwoorden/uitspraken

Hierna schrijft elke deelnemer voor zich een uitspraak op dat een antwoord geeft op de oorspronkelijke vraag van de voorbeeldgever. Zorg dat het antwoord wordt geformuleerd in termen van de ervaring die voorligt.

De uitspraken worden opgeschreven. We kiezen een uitspraak/uitspraken die het meest essentieel zijn voor het onderzoek.

 

6. Argumenteren/rechtvaardigen

Degenen wiens uitspraak voorligt geven argumenten bij deze uitspraak/uitspraken. De verschillende uitspraken en bijbehorende argumenten worden uitgeschreven- naast elkaar op een flipover.

Laat iedereen reageren op elkaars argument. Zorg dat de argumenten van de ander goed begrepen zijn (eventueel parafraseren) alvorens een tegenargument wordt gegeven.

Ook de nieuwe argumenten die ter tafel komen worden genoteerd op flip.

 

7. Spiegelen/ironiseren

Bekijk en bespreek met elkaar de uitspraken en argumenten die op de flipvellen staan en de bijbehorende opvattingen. Plaats nu de uitspraken en opvattingen in het oorspronkelijke voorbeeld. Welke antwoorden/ opvattingen blijven overeind?

Een andere verdieping die hier kan worden toegepast is de elenchus: het confronteren van elkaar uitsluitende uitspraken met elkaar.

Door ironiseren en de elenchus worden gespreksdeelnemers gedwongen steeds opnieuw onderliggende principes te formuleren die hun handelen sturen. Zo komen we tot de essentie.

 

8.De essentie 

Formuleer nu met de groep de opgedane inzichten:

–       wat was de essentie van dit gesprek?

–       wat staat hier werkelijk op het spel?

–       welke nieuwe inzichten zijn er opgedaan?

Formuleer eventueel met elkaar één of enkele stellingen.

 

Download hier een korte en bondige checklist voor het begeleiden van een socratisch gesprek in 1 1/2 uur:checklist-socratisch-gesprek-1-12-uur

Literatuur

Socratisch gesprek voor Beginners, Marlou van Paridon, ISVW Uitgevers, Leusden, 2017.

Vrije ruimte, Jos Kessels, Erik Boers, Pieter Mostert, Vrije Ruimte, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2007.

QR Code Business Card